Wet veilige jaarwisseling schiet volgens Raad van State tekort
Het korte antwoord is dat een vuurwerkverbod niet automatisch betekent dat alle schade onverzekerd wordt. Voor slachtoffers blijft schade aan woning, inboedel of auto in veel gevallen gewoon gedekt via de bestaande opstal-, inboedel- of cascoverzekering. Verzekeraars vergoeden immers in de eerste plaats de schade zelf en kijken pas daarna naar de oorzaak of mogelijke aansprakelijkheid.
De situatie ligt anders voor degene die het illegale vuurwerk afsteekt. Verzekeraars wijzen erop dat schade die ontstaat door het bewust gebruiken of bewaren van illegaal vuurwerk vaak wordt gezien als roekeloos of opzettelijk handelen. In dergelijke gevallen kunnen verzekeraars een claim afwijzen of uitgekeerde schade verhalen op de veroorzaker. Diverse verzekeraars en tussenpersonen waarschuwen nu al dat schade door illegaal vuurwerk regelmatig buiten de dekking valt.
De verwachting is bovendien dat illegaal vuurwerk ook na invoering van het verbod een belangrijk aandachtspunt blijft. Het Verbond van Verzekeraars constateert dat een aanzienlijk deel van de schade rond de jaarwisseling samenhangt met illegaal vuurwerk, brandstichting en vandalisme. Tegelijk verwacht het Verbond dat een landelijk vuurwerkverbod jaarlijks miljoenen euro's aan verzekerde schade kan besparen.
Voor verzekerden betekent dit dat het onderscheid tussen slachtoffer en veroorzaker belangrijker wordt. Wordt uw woning of auto beschadigd door illegaal afgestoken vuurwerk van een ander, dan biedt uw eigen verzekering doorgaans nog steeds bescherming. Bent u zelf degene die het verbod overtreedt, dan neemt de kans aanzienlijk toe dat de verzekeraar niet uitkeert of de schade op u verhaalt.
Raad van State: uitzonderingen ondermijnen doel van verbod
Opvallend is dat de Raad van State onlangs kritisch oordeelde over de uitwerking van het vuurwerkverbod. Volgens de hoogste wetgevingsadviseur zijn de voorgestelde uitzonderingen op het verbod te ruim en te laagdrempelig. Verenigingen en stichtingen kunnen onder voorwaarden een ontheffing krijgen om toch vuurwerk af te steken. De Raad van State waarschuwt dat deze aanpak op gespannen voet staat met het hoofddoel van de wet: een veiligere jaarwisseling. Ook ontbreken volgens de Raad duidelijke landelijke veiligheidsregels en bestaat het risico dat landelijke organisaties op grote schaal ontheffingen aanvragen. De Raad adviseert het kabinet daarom om strengere voorwaarden te stellen en meer aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van het verbod.
Deze kritiek raakt indirect ook de verzekeringspraktijk. Wanneer uitzonderingen ruim worden toegepast en handhaving lastig blijkt, blijft de vraag in hoeverre illegaal vuurwerk daadwerkelijk uit het straatbeeld verdwijnt. Voor verzekeraars betekent dit dat vuurwerkschades waarschijnlijk ook na invoering van het verbod een belangrijk aandachtspunt blijven.
Conclusie: het vuurwerkverbod verandert waarschijnlijk weinig voor slachtoffers van vuurwerkschade, maar kan grote gevolgen hebben voor de dekking van degene die illegaal vuurwerk afsteekt. Daardoor zal de discussie rond aansprakelijkheid en regres na de jaarwisseling vermoedelijk alleen maar belangrijker worden.